Bestuurskracht
Als relatief jonge gemeenten zijn we volop in ontwikkeling. Het vraagt bijvoorbeeld om positionering in regionale samenwerkingsverbanden en nieuwe verhoudingen ten opzichte van dorp- en wijkraden.
Opgave
Voor onze jonge gemeenten is het een uitdaging om bestuurskracht duurzaam te organiseren. Na een schaalsprong zoeken we naar manieren om in te spelen op de verscheidenheid binnen onze gemeenten. Verschillen in behoeften, identiteit en prioriteiten vragen om maatwerk. Waarbij inwoners en dorpsraden vaak -elk op eigen wijze- graag zelf een stem willen houden in hun leefomgeving. Dit stelt eisen aan het organiserend vermogen, het bestuurlijk evenwicht en de afstemming tussen raad, college, ambtelijke organisatie en inwoners. Ook de samenwerking met buurgemeenten, regio's en hogere overheden vergt bestuurlijke wendbaarheid. Het versterken van bestuurskracht betekent daarom niet alleen structureren en professionaliseren, maar ook investeren in vertrouwen, nabijheid en responsiviteit richting inwoners en partners.
Vraagstukken
- Een schaalsprong vraagt van gemeenten om een verandering van mindset van bestuur, organisatie en politiek. Deze transformatie vergt tijd, bewust leiderschap en een organisatie die meegroeit met de nieuwe rol en positie.
- Voor jonge gemeenten is het van belang zich strategisch op te stellen in (regionale) samenwerking en allianties te vormen. Dit vraagt om stevige positionering en effectieve beïnvloeding van andere overheden, met inrichting van de daarvoor benodigde bestuurlijke ondersteuning. Invloed van inwoners (en lokale democratie) dient daarbij in het oog te worden gehouden.,
- Een beleidswereld (bij Rijk en provincie) die vaak is gericht op stedelijke logica, in plaats van het profiel van onze gemeenten (waar bijvoorbeeld extra middelen nodig zijn voor infrastructuur door grotere afstanden en vele dorpen en steden).
Inzet voor kennisdeling
- Wat zijn effectieve manieren om politiek, bestuur en organisatie mee te nemen in groter denken en handelen? En hoe tegelijk aandacht te hebben voor nabijheid voor inwoners en hun betrokkenheid?
- Hoe positioneer je een gemeente in de regio als herkenbare gelijkwaardige partner ten opzichte van grote (centrum)gemeente(n) - ook zonder dominante economische positie?
- Welke organisatorische modellen werken goed voor het versterken van lobbykracht en externe samenwerking (bijv. via bestuursadviseurs, regionaal team, centrale regie)?
- Hoe kan de balans bewaakt worden tussen gebiedsgericht werken in kenen en centrale sturing op gemeente- en regiobrede opgaven?
- Hoe meet je als gemeente of je invloed en herkenbaarheid in de regio werkelijk toeneemt?
Inzet voor lobby (eerste aanzet)
- Erkenning van het profiel en de positie van R8-gemeenten in landelijke beleidsontwikkeling en financieringsmodellen.