Leefbare dorpen en wijken
In onze dorpen en wijken staat de leefbaarheid op verschillende manieren onder druk, met onder andere opgaven ten aanzien van wonen, werken, voorzieningen, sociale cohesie en bereikbaarheid.
Opgave
Kenmerkend voor onze gemeenten is dat zij een uitgestrekt gebied beslaan, met een mix van grote en kleinere dorpen en steden. De leefbaarheid staat er onder druk, door ontwikkelingen als vergrijzing, ontgroening, verschraling van voorzieningen en beperkte bereikbaarheid. Er leven diverse sociaal-maatschappelijke en -economische vraagstukken, bijvoorbeeld hoe we wonen, werken, zorg, onderwijs en mobiliteit in stand kunnen houden of vernieuwen. Met oog voor de verbinding met steden, waarvan de voorzieningen ook op peil dienen te blijven voor inwoners van omliggende dorpen. Ook sociale cohesie speelt een rol. Aandacht voor het verstreken van de verbondenheid tussen inwoners is van belang, zeker dat waar dit kwetsbaar is. Daarbij merken we op dat er (binnen en tussen gemeenten) verschillen zijn: op sommige plekken wordt volop gebouwd en geïnvesteerd in de leefbaarheid, in andere is sprake van achtergang.
Vraagstukken
- In dorpen verdwijnen steeds meer voorzieningen zoals basisscholen, huisartsen, winkels, bibliotheken en OV-haltes, terwijl de afstand tot centrale voorzieningen in grotere steden groot is.
- Ontoereikende infrastructuur (fysiek en digitaal) zorgen voor beperkte bereikbaarheid en daardoor verminder participatie en economische kansen. Ook is het woningaanbod vaak niet passend en trekken jongeren weg.
- Samenspel van ruimtelijke en sociale vraagstukken in dorpen en ook steden, zoals in naoorlogse wijken (met o.a. grote herstructureringsopgave, verpaupering, beperkte sociale cohesie, hoge werkloosheid).
- Transitie van landelijk gebied, met kansen voor recreatie, toerisme en natuur, maar tegelijk concurrerend met het benutten van ruimte voor woningen, bedrijventerreinen en energietransitie.
Inzet voor kennisdeling
- Hoe kunnen voorzieningen op peil (en bereikbaar) worden gehouden in kleine kernen, van supermarkt tot huisarts? Welke oplossingen bieden kansen?
- In hoeverre wordt ruimtelijke ordening ingezet om bij te dragen aan de toekomst van dorpskernen en welke ruimte krijgen gemeenten daarvoor? Wat kunnen we leren van verschillende dynamieken (o.a. in woningbouw) in dorpen en gemeenten?
- Welke gemeentelijke inzet draagt bij aan stimuleren eigen kracht in kleine kernen?
- Hoe wordt leefbaarheid beleefd door de inwoners? Hoe is het te meten, en hoe zijn criteria te vertalen naar overheidsbeleid- en handelen?
- Hoe is de aanpak van leefbaarheid in de R8 gemeenten ingericht? Hoeveel ruimte is er voor participatie en betrokkenheid van bewoners? En welke aandacht is er voor maatwerk en diversiteit?
Inzet voor lobby (eerste aanzet)
- Extra structurele middelen voor voorzieningen in dorpen en steden (via het Gemeentefonds).
- Gerichte financiële impulsen voor leefbare dorpen, bijvoorbeeld door subsidiëring van kleinschalige woningbouw- en infrastructuurprojecten.
- Verkeer- en vervoersbeleid dat rekening houdt met criterium van leefbaarheid (bijvoorbeeld in besluiten ter attentie van infrastructuur en OV).